gen

Een gen is een specifiek stuk DNA dat wordt beschouwd als de biologische eenheid van overerving en dat de code bevat voor het maken van een eiwit. Van elk gen zijn in lichaamscellen twee kopieën (= twee allelen) aanwezig, een afkomstig van de vader, een van de moeder. Als de allelen identiek zijn, spreekt men van homozygoot. Zijn ze verschillend, namelijk in de volgorde van hun nucleotiden, dan heet dat heterozygoot. Eerst wordt de informatie in het gen overgeschreven op strengetjes boodschapper-RNA. Die strengen verlaten de celkern waarin het DNA zit opgesloten, en zetten in de cel de processen in gang die tot de aanmaak van het eiwit leiden. Genen zijn gelokaliseerd op een bepaalde plaats (locus) van een chromosoom.

Zie ook DNA, genetische code, genoom en polymorfisme.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.