gen

Een gen is een specifiek stuk DNA dat wordt beschouwd als de biologische eenheid van overerving en dat de code bevat voor het maken van een eiwit. Van elk gen zijn in lichaamscellen twee kopieën (= twee allelen) aanwezig, een afkomstig van de vader, een van de moeder. Als de allelen identiek zijn, spreekt men van homozygoot. Zijn ze verschillend, namelijk in de volgorde van hun nucleotiden, dan heet dat heterozygoot. Eerst wordt de informatie in het gen overgeschreven op strengetjes boodschapper-RNA. Die strengen verlaten de celkern waarin het DNA zit opgesloten, en zetten in de cel de processen in gang die tot de aanmaak van het eiwit leiden. Genen zijn gelokaliseerd op een bepaalde plaats (locus) van een chromosoom.

Zie ook DNA, genetische code, genoom en polymorfisme.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk volk in Midden/Zuid-Amerika stond bekend om hun astronomische kennis en piramides?


JUIST!NIET JUIST!

Maya's

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.