chromosoom

Een chromosoom is een microdeeltje waarin het DNA en de eiwitten van de celkern (nucleus) zich samenballen. Een cel is diploïd als alle chromosomen dubbel aanwezig zijn, elk afkomstig van één van de ouders. Bij de meeste dieren en planten is dit de 'normale' conditie voor alle cellen van het lichaam, behalve de voortplantingscellen (gameten: eicellen en zaadcellen), die zijn haploïd en hebben slechts één stel chromosomen. Elke soort heeft een karakteristiek aantal chromosomen. De mens heeft er 46: 22 paren en 2 geslachtschromosomen: het X‑ en het Y-chromosoom. Een vrouwelijk organisme heeft twee X‑chromosomen. Een mannelijk organisme heeft een X‑chromosoom en een Y‑chromosoom. De chromosomen zijn door hun grootte en specifieke opbouw van elkaar te onderscheiden. Bij sommige ziekten zijn afwijkingen van het aantal en/of de bouw van de chromosomen vastgesteld.
Zie ook chromosoomonderzoek.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie versloeg het monster Grendel?


JUIST!NIET JUIST!

Beowulf

Holoceen

Holoceen is de naam van de huidige geologische periode, die circa 10.000 jaar geleden begon. Aan het begin van het Holoceen steeg de temperatuur op aarde, waardoor landijs ging smelten en de zeespiegel steeg. In totaal was die zeespiegelstijging ongeveer 70 meter, waardoor in onze streken de Noordzee gevormd werd, de Doggersbank onderliep en een groot deel van wat nu West-Nederland is, onder water kwam te staan. Grote dieren die hier geleefd hebben tijdens de koudere perioden van de laatste ijstijd, verdwenen. De begroeiing die tijdens die koudere perioden ons land gering was, maakte plaats voor berken, dennen en eiken. Het Holoceen is ook de periode van het eerste verschijnen van de mens in de lage landen.