chromosoom

Een chromosoom is een microdeeltje waarin het DNA en de eiwitten van de celkern (nucleus) zich samenballen. Een cel is diploïd als alle chromosomen dubbel aanwezig zijn, elk afkomstig van één van de ouders. Bij de meeste dieren en planten is dit de 'normale' conditie voor alle cellen van het lichaam, behalve de voortplantingscellen (gameten: eicellen en zaadcellen), die zijn haploïd en hebben slechts één stel chromosomen. Elke soort heeft een karakteristiek aantal chromosomen. De mens heeft er 46: 22 paren en 2 geslachtschromosomen: het X‑ en het Y-chromosoom. Een vrouwelijk organisme heeft twee X‑chromosomen. Een mannelijk organisme heeft een X‑chromosoom en een Y‑chromosoom. De chromosomen zijn door hun grootte en specifieke opbouw van elkaar te onderscheiden. Bij sommige ziekten zijn afwijkingen van het aantal en/of de bouw van de chromosomen vastgesteld.
Zie ook chromosoomonderzoek.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1654 het treurspel Lucifer?


JUIST!NIET JUIST!

Vondel

Renaissance

Europese cultuurperiode van ongeveer 1450 tot ongeveer 1600 die zich onderscheidde van de Middeleeuwen door een meer op de mens en wereld gerichte levenshouding en een onbegrensd vertrouwen in het menselijke kunnen ('virtù'). Ook tijdgenoten waren zich ervan bewust dat hun tijd verschilde van de door hen als barbaars bestempelde Middeleeuwen. Zij lieten zich inspireren door de klassieke cultuur, die zij mateloos bewonderden. De Renaissance begon in Italië en zou omstreeks 1500 in de rest van Europa doordringen.
Zie ook Renaissance en humanisme.