chromosoom
Een chromosoom is een microdeeltje waarin het DNA en de eiwitten van de celkern (nucleus) zich samenballen. Een cel is diploïd als alle chromosomen dubbel aanwezig zijn, elk afkomstig van één van de ouders. Bij de meeste dieren en planten is dit de 'normale' conditie voor alle cellen van het lichaam, behalve de voortplantingscellen (gameten: eicellen en zaadcellen), die zijn haploïd en hebben slechts één stel chromosomen. Elke soort heeft een karakteristiek aantal chromosomen. De mens heeft er 46: 22 paren en 2 geslachtschromosomen: het X‑ en het Y-chromosoom. Een vrouwelijk organisme heeft twee X‑chromosomen. Een mannelijk organisme heeft een X‑chromosoom en een Y‑chromosoom. De chromosomen zijn door hun grootte en specifieke opbouw van elkaar te onderscheiden. Bij sommige ziekten zijn afwijkingen van het aantal en/of de bouw van de chromosomen vastgesteld.
Zie ook chromosoomonderzoek.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
