genetische code
De genetische code is de ‘vertaling’ van DNA naar eiwitten, via RNA en aminozuren. Deze code is opgehelderd aan de hand van de nucleotidenvolgorde van het messenger‑RNA (zie RNA). De 'letters' van de code worden gevormd door de vier nucleotiden adenine (A), cytosine (C), guanine (G) en uracil (U) die in het messenger‑RNA voorkomen. Omdat een volgorde van drie nucleotiden (= een codon) codeert voor de inbouw van één aminozuur, zijn er 64 mogelijke codons, die samen de genetische code vormen. AAA codeert bijvoorbeeld voor lysine, UUU voor fenylalanine. Enkele van de codons voorzien in start‑ en stoptekens.
Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?
adaptatie
Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.
