nucleotiden

Organische verbindingen, opgebouwd uit een suikermolecuul, een zogeheten stikstofbase en één of meer fosforzuurgroepen. In deze opbouw spreekt men van mononucleotiden. Zijn er twee, weinig of veel van deze mononucleotiden aan elkaar gekoppeld, dan spreekt men respectievelijk van dinucleotiden, oligonucleotiden en polynucleotiden. Mononucleotiden spelen een zeer belangrijke rol in de stofwisseling van alle levende organismen. Nucleotiden verschillen onderling in de aard van de stikstofbase en/of in de aard van de suiker.
Polynucleotiden zijn de basis voor de opslag en het tot uiting brengen van erfelijke eigenschappen. Antisense oligonucleotiden zijn enkelvoudige ketens van DNA of RNA die complementair zijn aan een bepaalde sequentie. Antisense RNA bindit zich aan en voorkomt de aflezing van bepaalde ketens van boodschapper-RNA en daardoor van bepaalde eiwitten. Antisense DNA kan men gebruiken om een specifieke, complementaire (coderende of niet-coderende) RNA-keten te binden.
Zie ook nucleïnezuren, DNA en RNA.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de componist van de opera De barbier van Sevilla?


JUIST!NIET JUIST!

Gioacchino Rossini

afasie

Verzamelnaam voor alle taalstoornissen die het gevolg zijn van een niet-aangeboren hersenbeschadiging, zoals een herseninfarct of -bloeding. Verschijnselen lopen uiteen van milde woordvindingsmoeilijkheden tot geen woord meer kunnen uitbrengen. Ook taal begrijpen loopt van geen merkbaar probleem tot zeer ernstige stoornissen. Spreken, begrijpen, lezen en schrijven kunnen bijna onafhankelijk van elkaar in willekeurige mate zijn aangedaan, en dat geldt zelfs voor de verschillende talen die iemand machtig is.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. mektab
  2. dunya
  3. Psyche
  4. evenaar
  5. Thomas Kuhn
  6. paradigma
  7. structuralisme
  8. Afrodite
  9. ethiek
  10. podcast