cel
De cel is de basiseenheid van alle levende organismen. In de cel spelen zich elementaire stofwisselingsprocessen af, aangestuurd door de celkern (nucleus), die het erfelijk materiaal bevat in de vorm van chromosomen. Alle organen zijn uiteindelijk opgebouwd uit cellen. In de cel liggen diverse celorganellen, elk met een eigen functie, zoals Golgi-apparaat, ribosomen en mitochondriën, ingebed in het protoplasma, samen het cytoplasma genoemd. Elke cel wordt begrensd door een structuur die de cel van zijn omgeving scheidt. Deze celmembraan is opgebouwd uit vetten en eiwitten. De celmembraan is zeer kieskeurig met betrekking tot het transport van stoffen. Voedingsstoffen kunnen van buiten naar binnen, afvalstoffen gaan uitsluitend van binnen naar buiten. Bij plantencellen is de celmembraan nog door een celwand omgeven.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
