RNA

RNA is de afkorting voor ribonucleïnezuur, bestanddeel van kerneiwitten, meestal als enkele streng van nucleotiden, elk bestaande uit een geraamte van suiker, fosfaat en één van de vier organische basen adenine (A), cytosine (C), guanine (G) en uridine (U), dus zoals DNA, maar dan met uracil in plaats van thymine (T).
RNA‑moleculen kunnen zich binden aan andere nucleïnezuren die over een deel of de gehele lengte van het molecuul een complementaire nucleotidenvolgorde hebben. Op dit principe is de werking van RNA gebaseerd.
In de cel worden drie soorten RNA onderscheiden: transfer‑RNA's, waaraan specifiek één aminozuur kan worden gekoppeld; ribosomaal RNA, dat de structuur van ribosomen bepaalt; en boodschapper RNA. Dit laatste bevat de genetische informatie (boodschap) voor de aminozuurvolgorde van een eiwit. Er bestaat een apart boodschapper‑RNA voor elk eiwit. De boodschap bestaat uit een getrouwe kopie (transcript) van de nucleotidenvolgorde van het grootste deel van één van de twee strengen van het gen dat voor het betreffende eiwit codeert.

Zie ook genetische code.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie versloeg het monster Grendel?


JUIST!NIET JUIST!

Beowulf

Holoceen

Holoceen is de naam van de huidige geologische periode, die circa 10.000 jaar geleden begon. Aan het begin van het Holoceen steeg de temperatuur op aarde, waardoor landijs ging smelten en de zeespiegel steeg. In totaal was die zeespiegelstijging ongeveer 70 meter, waardoor in onze streken de Noordzee gevormd werd, de Doggersbank onderliep en een groot deel van wat nu West-Nederland is, onder water kwam te staan. Grote dieren die hier geleefd hebben tijdens de koudere perioden van de laatste ijstijd, verdwenen. De begroeiing die tijdens die koudere perioden ons land gering was, maakte plaats voor berken, dennen en eiken. Het Holoceen is ook de periode van het eerste verschijnen van de mens in de lage landen.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. mektab
  2. contra legem
  3. IKON
  4. nalatigheid
  5. idealisme
  6. soenna
  7. publieke uitgaven
  8. schuld
  9. Hybris
  10. Tories