logisch positivisme

Stroming in de filosofie die begon met de oprichting van de Wiener Kreis en eindigde in de jaren zestig van de twintigste eeuw. De centrale stelling van deze beweging is het verificatieprincipe, volgens welke uitspraken alleen zinvol zijn als ze bevestigd of weerlegd kunnen worden door zintuiglijke ervaring of als ze herleid kunnen worden tot de betekenis van woorden. Het criterium wordt gebruikt om wetenschappelijke van niet-wetenschappelijke uitspraken te kunnen onderscheiden, met andere woorden uitspraken die waar noch onwaar zijn, zijn zinloos. In die lijn van redeneren komen de logisch-positivisten tot hun veroordeling van waarheidsaanspraken van de metafysica, de esthetica, de godsdienst en de ethiek. De belangrijkste vertegenwoordigers zijn Carnap Moritz Schlick en Alfred Ayer.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

ethiek

Zedenleer, moraalfilosofie. Het praktische deel van de filosofie dat zich bezighoudt met de bestudering van de zeden en probeert vast te stellen wat goed is en wat slecht. De ethiek kan beschrijvend zijn of normatief en in dat laatste geval stelt ze normen, voorschriften en wetten op. De normatieve ethiek probeert dus vragen te beantwoorden als: 'Wat is goed?' 'Hoe moeten we handelen?' 'Waarom moeten we zo handelen?'