positivisme

Stroming binnen de filosofie die uitgaat van het 'positieve', dat wil zeggen van dat wat gegeven is, van het feitelijke. De filosofie en de wetenschap moeten hun onderzoek beperken tot dat positieve en zich niet verliezen in speurtochten naar het 'bovenzinnelijke', naar datgene wat achter de verschijnselen verborgen zou liggen, naar diepere oorzaken. Het positivisme wijst dus elke vorm van metafysica af. De enige bron van kennis is de ervaring en de enige wetenschappelijke methode is de inductie.
Het positivisme is als systeem en ideologie ontworpen door Auguste Comte en het heeft vooral weerklank gevonden in de Angelsaksische wereld, met denkers als John Stuart Mill en Herbert Spencer. In het begin van de twintigste eeuw beleefde het positivisme een nieuwe bloei in de gedaante van het logisch positivisme van de Wiener Kreis.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.