DNA

Afkorting van deoxyribonucleïnezuur, de drager van de erfelijke informatie van de meeste levende wezens. DNA is opgebouwd uit twee strengen nucleïnezuur, die spiraalsgewijs als een wenteltrap om elkaar gewonden zijn. Men spreekt van een dubbele helix. Het DNA ligt opgerold in de chromosomen. De strengen zijn opgebouwd uit een keten van nucleotiden die bestaan uit een stikstofbase, een suiker (deoxyribose) en een fosfaatgroep. De stikstofbasen zijn adenine (A), cytosine (C), guanine (G) en thymine (T). In de dubbele helix zijn de stikstofbasen in specifieke paren gekoppeld: tegenover een A altijd een T en tegenover een G altijd een C. Hierdoor zijn de twee DNA‑strengen elkaars spiegelbeeld.
De genetische eigenschappen van alle levende organismen liggen vast in de volgorde van de nucleotiden. In het totaal gaat het om 50‑250x106 basenparen, gelegen in ongeveer 22.500 genen. De informatie in het DNA bestaat uit de codering van de aminozuurvolgorde van eiwitten (onder andere receptoreiwitten, enzymen en hormonen). Daarmee fungeert het DNA als recept voor de constructie, het functioneren en het onderhoud van de cellen en het organisme waarvan zij deel uitmaken. Deze informatie moet eerst worden overgeschreven in RNA (ribonucleïnezuur), het nucleïnezuur dat betrokken is bij de eiwitsynthese. Bij celdeling wordt het totale DNA verdubbeld, doordat beide strengen ontwinden en vervolgens worden gekopieerd. Zo ontstaan twee nieuwe identieke moleculen, die elk één streng van het oorspronkelijke molecuul bevatten.
Zie ook genetische code.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wat is in de klassieke muziek de aanduiding voor een langzaam tempo?


JUIST!NIET JUIST!

adagio

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

klimaatverandering

Het klimaat verandert voortdurend in de loop van de geologische geschiedenis. Gedurende lange perioden in de afgelopen honderden miljoenen jaren is de aarde ijsvrij geweest, afgewisseld door perioden met veel ijs. Gedurende de laatste 10.000 jaar leven we in een betrekkelijk warme periode. Naar het oordeel van de meeste klimatologen verandert het wereldwijde klimaat nu ook door menselijk toedoen.De temperatuurtoename gedurende de afgelopen 50 jaar kan waarschijnlijk grotendeels aan de invloed van de mens worden toegeschreven. Door het broeikaseffect zou het klimaat in de loop van deze eeuw nog aanzienlijk warmer kunnen worden. Over de grootte en de regionale verdeling van deze klimaatverandering bestaat nog aanzienlijke onzekerheid, zowel door onvoldoende kennis van het klimaatsysteem als door onzekerheid over de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Ondanks deze onzekerheid heeft een groot aantal landen, op grond van het zogeheten Voorzorgsbeginsel, afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Zie ook Klimaatverdrag, Kyoto Protocol en ijstijden.
Zie ook Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 en Klimaatakkoord van Parijs 2015.