Wiener Kreis

Kring van filosofen die zich begin jaren twintig rond de Weense filosoof Moritz Schlick vormde en die zich bij uitstek bezighield met problemen op het gebied van de wetenschapsfilosofie. De tendens van deze school was antimetafysisch. Metafysische problemen zijn schijnproblemen die ontstaan door het onzuiver gebruik van de taal.
Na de dood van Schlick in 1936 viel de kring uiteen, maar de filosofie bleef zeer invloedrijk en vond vooral weerklank in de Angelsaksische landen onder de naam logisch positivisme.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.