John Stuart Mill

(1806-1873) Engelse filosoof en econoom. Naast Auguste Comte de belangrijkste denker van het positivisme. Omdat de ervaring de enige bron van kennis is, is de psychologie de grondslag van de filosofie: zij onderzoekt de bewustzijnsinhouden en levert daarmee de bouwstenen van de kennis. Kennis komt alleen door ordening tot stand en voor deze ordening zorgt de methode van de inductie. Inductie is de enig toegestane wetenschappelijke methode en de enige leverancier van wetmatigheden en zekere kennis. Zelfs de zo zuivere wetenschappen als wiskunde en de logica zijn door middel van inductie tot stand gekomen.
Op ethisch gebied is Mill een aanhanger van het utilitarisme. Hij schreef een invloedrijk boek over staatsinrichting (On Liberty) waarin hij aangaf op welke manier een maximale individuele vrijheid van het individu binnen de staat kan worden gegarandeerd. Ook schreef hij - opmerkelijk voor een filosoof in die tijd - een bevlogen verhandeling over de rechten van de vrouw in de moderne maatschappij (The Subjection of Women).

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke filosofische stroming is met name door Jean-Paul Sartre vormgegeven?


JUIST!NIET JUIST!

existentialisme

gelijkenissen

Verhalen, doorgaans aan het gewone leven ontleend, aan de hand waarvan in de bijbel een godsdienstige waarheid wordt uitgebeeld en uitgelegd. Een bekende gelijkenis uit het Oude Testament is die van het lam van de arme man (2 Samuël 12). Bekende gelijkenissen van Jezus zijn: de verloren zoon (Lucas 15), de arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20) en de barmhartige Samaritaan (Lucas 10).