Auguste Comte

(1798-1857) Franse filosoof, belangrijkste vertegenwoordiger van het positivisme in de 19de eeuw. Zijn leer is te herleiden tot twee fundamentele gedachten, de ene heeft betrekking op de geschiedenis van de mensheid, de andere op de indeling van de wetenschappen. De menselijke geest doorloopt in zijn ontwikkeling drie stadia: het theologische, waarin alles door verwijzing naar bovennatuurlijke krachten wordt verklaard; het metafysische, waarin alles met behulp van abstracte begrippen (kracht, doel, oorzaak enz.) wordt verklaard, en het positieve, waarin alleen op grond van observatie en experiment regelmatigheden in de verschijnselen worden vastgelegd. In het eerste stadium heersen de priester en de krijger, in het tweede de filosoof en de rechtsgeleerde en in het derde de wetenschapper en de industrieel. Comte stelt een rangorde binnen de wetenschappen vast. De basis wordt gevormd door de wiskunde, dan volgen de astronomie, de natuurkunde, de scheikunde, de biologie en ten slotte als koningin der wetenschappen, de sociologie. Elke wetenschap veronderstelt de kennis van de vorige, maar voegt er nieuwe beginselen aan toe en richt zich op een nieuw, ingewikkelder object. Het systeem der wetenschappen, dat Comte voor de eeuwigheid had ontworpen, is geen lang leven beschoren geweest. Wel hebben de methodische principes van het positivisme als basis gediend voor het neopositivisme.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk volk in Midden/Zuid-Amerika stond bekend om hun astronomische kennis en piramides?


JUIST!NIET JUIST!

Maya's

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.