Auguste Comte
(1798-1857) Franse filosoof, belangrijkste vertegenwoordiger van het positivisme in de 19de eeuw. Zijn leer is te herleiden tot twee fundamentele gedachten, de ene heeft betrekking op de geschiedenis van de mensheid, de andere op de indeling van de wetenschappen. De menselijke geest doorloopt in zijn ontwikkeling drie stadia: het theologische, waarin alles door verwijzing naar bovennatuurlijke krachten wordt verklaard; het metafysische, waarin alles met behulp van abstracte begrippen (kracht, doel, oorzaak enz.) wordt verklaard, en het positieve, waarin alleen op grond van observatie en experiment regelmatigheden in de verschijnselen worden vastgelegd. In het eerste stadium heersen de priester en de krijger, in het tweede de filosoof en de rechtsgeleerde en in het derde de wetenschapper en de industrieel. Comte stelt een rangorde binnen de wetenschappen vast. De basis wordt gevormd door de wiskunde, dan volgen de astronomie, de natuurkunde, de scheikunde, de biologie en ten slotte als koningin der wetenschappen, de sociologie. Elke wetenschap veronderstelt de kennis van de vorige, maar voegt er nieuwe beginselen aan toe en richt zich op een nieuw, ingewikkelder object. Het systeem der wetenschappen, dat Comte voor de eeuwigheid had ontworpen, is geen lang leven beschoren geweest. Wel hebben de methodische principes van het positivisme als basis gediend voor het neopositivisme.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
