Jacques Derrida

(1930-2004) Franse filosoof van joods-Algerijnse afkomst. Wordt gerekend tot de postmodernisten. Studeerde in Parijs en verdiepte zich aanvankelijk in de fenomenologie van Husserl . Later raakte hij onder de invloed van Nietzsche, Heidegger, Freud en Levinas. Hij hield zich vooral bezig met het interpreteren en becommentariëren van teksten van de belangrijkste denkers van de westerse traditie. Daarbij ontwikkelde hij de methode van de deconstructie. Speciale aandacht besteedde hij aan de 'taligheid' van teksten, de valkuilen van de taal waarin filosofen tuimelen (in die zin is zijn benadering verwant aan die van Wittgenstein). Een belangrijke stelling van Derrida is dat de betekenis van teksten niet zozeer berust op hun verwijzing naar de buitentalige werkelijkheid als wel op hun vervlechting met andere teksten (intertekstualiteit). Vanaf de jaren negentig mengde hij zich ook steeds meer in het politieke debat, waarbij hij vooral kritisch was ten aanzien van de hegemoniepolitiek van de VS en Israël.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.