postmodernisme
Enigszins vage benaming waarmee een grote verscheidenheid van stromingen in de kunst en de filosofie van het einde van de twintigste eeuw wordt aangeduid. In de kunst gaat het veelal om stromingen die zich kenmerken door een veelheid van stijlen en die zich niets meer gelegen laten liggen aan het onderscheid tussen hogere en lagere cultuur.
In de filosofie wordt de term postmodernistisch gebruikt voor denkrichtingen die een of meer van de volgende elementen bevatten: het afwijzen van de waarheidspretentie van de grote traditionele wijsgerige stelsels; het relativeren van 'de waarheid' en een sceptische houding tegenover de mogelijkheid van 'objectieve kennis'; de twijfel aan het bestaan van absolute ethische waarden en het verplichtend karakter daarvan; de verwerping van de visie van de mens als een autonoom subject; een grote preoccupatie met de taal als meest oorspronkelijke menselijke uitingsvorm; het afwijzen van elk vooruitgangsgeloof. Grofweg zou men het postmodernisme kunnen kenschetsen als een radicaal afwijzende reactie op de idealen en de pretenties van de Verlichting.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
