postmodernisme

Enigszins vage benaming waarmee een grote verscheidenheid van stromingen in de kunst en de filosofie van het einde van de twintigste eeuw wordt aangeduid. In de kunst gaat het veelal om stromingen die zich kenmerken door een veelheid van stijlen en die zich niets meer gelegen laten liggen aan het onderscheid tussen hogere en lagere cultuur.
In de filosofie wordt de term postmodernistisch gebruikt voor denkrichtingen die een of meer van de volgende elementen bevatten: het afwijzen van de waarheidspretentie van de grote traditionele wijsgerige stelsels; het relativeren van 'de waarheid' en een sceptische houding tegenover de mogelijkheid van 'objectieve kennis'; de twijfel aan het bestaan van absolute ethische waarden en het verplichtend karakter daarvan; de verwerping van de visie van de mens als een autonoom subject; een grote preoccupatie met de taal als meest oorspronkelijke menselijke uitingsvorm; het afwijzen van elk vooruitgangsgeloof. Grofweg zou men het postmodernisme kunnen kenschetsen als een radicaal afwijzende reactie op de idealen en de pretenties van de Verlichting.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.