vitaminen

Vitaminen vormen een groep van onderling nogal verschillende organische verbindingen die in kleine hoeveelheden voor de stofwisseling van mens en dier onmisbaar zijn en die worden gekenmerkt door het feit dat het lichaam ze niet zelf kan maken. Onderscheiden worden wateroplosbare en vetoplosbare vitaminen. Tot de eerste groep behoren het vitamine B‑complex en vitamine C. Tot de tweede de vitamines A, D, E en K. Vitamine D kan door het lichaam strikt genomen wel worden gemaakt, mits het pro‑vitamine D beschikbaar is. Vitamine K wordt door de darmbacteriën gemaakt en hoeft men dus niet met de voeding naar binnen te krijgen.
Vitamine A is noodzakelijk voor de functie van de staafjes in het netvlies van het oog, bij tekort ontstaat nachtblindheid.
Vitamine B is belangrijk voor de aanmaak van de cellen van het bloed en het zenuwstelsel.
Vitamine C, ascorbinezuur, bevordert de genezing van wonden en botbreuken; bij gebrek ontstaat scheurbuik.
Vitamine D speelt een rol bij de botaanmaak en is noodzakelijk ter voorkoming van rachitis (Engelse ziekte).
Vitamine K is onmisbaar bij de bloedstolling.

Zie ook pernicieuze anemie .

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke kunststroming was Mondriaan een van de oprichters?


JUIST!NIET JUIST!

De Stijl

socialisatie

Proces waarmee een persoon zich de gedragingen eigen maakt die in een bepaalde gemeenschap passend worden gevonden voor iemand van zijn of haar leeftijd, sekse en maatschappelijke positie. Dit is inclusief de internalisatie van de waarden van die gemeenschap. Gesocialiseerd raken is het resultaat van opvoedings‑ en identificatieprocessen.