vitaminen

Vitaminen vormen een groep van onderling nogal verschillende organische verbindingen die in kleine hoeveelheden voor de stofwisseling van mens en dier onmisbaar zijn en die worden gekenmerkt door het feit dat het lichaam ze niet zelf kan maken. Onderscheiden worden wateroplosbare en vetoplosbare vitaminen. Tot de eerste groep behoren het vitamine B‑complex en vitamine C. Tot de tweede de vitamines A, D, E en K. Vitamine D kan door het lichaam strikt genomen wel worden gemaakt, mits het pro‑vitamine D beschikbaar is. Vitamine K wordt door de darmbacteriën gemaakt en hoeft men dus niet met de voeding naar binnen te krijgen.
Vitamine A is noodzakelijk voor de functie van de staafjes in het netvlies van het oog, bij tekort ontstaat nachtblindheid.
Vitamine B is belangrijk voor de aanmaak van de cellen van het bloed en het zenuwstelsel.
Vitamine C, ascorbinezuur, bevordert de genezing van wonden en botbreuken; bij gebrek ontstaat scheurbuik.
Vitamine D speelt een rol bij de botaanmaak en is noodzakelijk ter voorkoming van rachitis (Engelse ziekte).
Vitamine K is onmisbaar bij de bloedstolling.

Zie ook pernicieuze anemie .

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wat is in de klassieke muziek de aanduiding voor een langzaam tempo?


JUIST!NIET JUIST!

adagio

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

klimaatverandering

Het klimaat verandert voortdurend in de loop van de geologische geschiedenis. Gedurende lange perioden in de afgelopen honderden miljoenen jaren is de aarde ijsvrij geweest, afgewisseld door perioden met veel ijs. Gedurende de laatste 10.000 jaar leven we in een betrekkelijk warme periode. Naar het oordeel van de meeste klimatologen verandert het wereldwijde klimaat nu ook door menselijk toedoen.De temperatuurtoename gedurende de afgelopen 50 jaar kan waarschijnlijk grotendeels aan de invloed van de mens worden toegeschreven. Door het broeikaseffect zou het klimaat in de loop van deze eeuw nog aanzienlijk warmer kunnen worden. Over de grootte en de regionale verdeling van deze klimaatverandering bestaat nog aanzienlijke onzekerheid, zowel door onvoldoende kennis van het klimaatsysteem als door onzekerheid over de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Ondanks deze onzekerheid heeft een groot aantal landen, op grond van het zogeheten Voorzorgsbeginsel, afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Zie ook Klimaatverdrag, Kyoto Protocol en ijstijden.
Zie ook Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 en Klimaatakkoord van Parijs 2015.