bloed

Bloed is een vloeistof die door het lichaam stroomt via hart, slagaders (arteriën), haarvaten (capillairen) en aders (venen). Het bloed vervoert zuurstof, voedingsstoffen en antistoffen naar de lichaamscellen en voert afbraakproducten af naar de longen of naar de nieren. Het is samengesteld uit plasma, erytrocyten (rode bloedlichaampjes), leukocyten (witte bloedlichaampjes) en trombocyten (bloedplaatjes). Bloed wordt gerekend tot het bindweefsel. De vloeistof die overblijft nadat bloed gestold is, noemt men serum.

Zie ook beenmerg.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.