vitaminen

Groep van onderling nogal verschillende organische verbindingen die in kleine hoeveelheden voor de stofwisseling van mens en dier onmisbaar zijn en die worden gekenmerkt door het feit dat het lichaam ze niet zelf kan maken. Onderscheiden worden wateroplosbare en vetoplosbare vitaminen. Tot de eerste groep behoren het vitamine B‑complex en vitamine C . Tot de tweede de vitamines A, D, E en K. Vitamine D kan door het lichaam strikt genomen wel worden gemaakt, mits het pro‑vitamine D beschikbaar is. Vitamine K wordt door de darmbacteriën gemaakt en hoeft men dus niet met de voeding naar binnen te krijgen.
Vitamine A is noodzakelijk voor de functie van de staafjes in het netvlies van het oog, bij tekort ontstaat nachtblindheid. Vitamine B is belangrijk voor de aanmaak van de cellen van het bloed en het zenuwstelsel. Vitamine C bevordert de genezing van wonden en botbreuken; bij gebrek ontstaat scheurbuik. Vitamine D speelt een rol bij de botaanmaak en is noodzakelijk ter voorkoming van rachitis (Engelse ziekte). Vitamine K is onmisbaar bij de bloedstolling.
Zie ook
pernicieuze anemie .

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Geen slapende ... wakker maken. Welk dier moet je niet wakker maken?


JUIST!NIET JUIST!

hond

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.