antistof
Een antistof (synoniem: antilichaam) is een eiwit (immunoglobuline) dat in het dierlijk of menselijk lichaam in het bloed of aan het oppervlak van bepaalde cellen voorkomt en dat zich specifiek aan binnendringende lichaamsvreemde stoffen (antigenen) kan hechten en deze onschadelijk kan maken. Sommige antistoffen (bijvoorbeeld tegen vreemde bloedgroepen) heeft iedereen vanaf de geboorte in zijn bloed. Andere antistoffen maken we pas aan nadat we ooit met die specifieke lichaamsvreemde stof in aanraking zijn gekomen. Monoklonale antistoffen zijn antistoffen die slechts reageren met één enkel en beperkt gebied van een antigeen of een ander biologisch actief eiwitmolecuul. Dit gebied wordt antigene determinant of epitoop genoemd.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
