Alexander de Grote
Alexander de Grote (356-323 v.Chr.) was koning van Macedonië, zoon van Philippus II van Macedonië (die de Balkan en de Griekse steden had onderworpen), en leerling van Aristoteles. Alexander trok in 334 voor Christus het Perzische Rijk binnen, waarna hij in de veldslag bij Issus, in het zuiden van Klein Azië (tegenwoordig Turkije), de overwinning behaalde op zijn tegenstander, de Perzische koning Darius III. Ondanks dit verlies behield Darius een grotere legermacht dan de Grieken. De volgende grote confrontatie vond plaats bij Gaugamela (nu het noorden van Irak). Ook bij deze slag leed Darius grote verliezen en sloeg hij vervolgens op de vlucht. De Griekse overwinning betekende het einde van het Perzische Rijk, dat 214 jaar daarvoor was gesticht was Cyrus de Grote. Alexander trok naar Babylon, waar hij het nieuws kreeg dat Darius III was vermoord door Bessas, één van zijn eigen onderbevelhebbers. Door overwinningen op de Perzenen verbreiding van de Griekse cultuur tot in het Indusgebied (nu India en Pakistan), vestigde Alexander de Grote een Grieks-oosters wereldrijk, dat na zijn dood in stukken uiteenviel.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
