tsunami
Een tsunami (Japans: havengolf) is een zeegolf met een grote golflengte (van 10 tot 500 km) die ontstaat doordat in korte tijd een zeer grote massa zeewater wordt verplaatst. Meestal door een aardbeving in de bodem van de oceaan (een zeebeving). Daarbij wordt dan, schoksgewijs, de enkele kilometers water boven die beving een paar decimeters tot meters opgetild. De opgetilde waterkolom bevat een zeer grote hoeveelheid energie die zich verspreidt in de vorm van een golf die zich snel voortplant. Midden op zee merkt men weinig van die paar decimeters hogere golf. Maar wanneer de waterkolom de kust nadert, wordt de voorkant van de golf afgeremd. Daardoor groeit de golfhoogte tot soms tientallen meters en bereikt het land als een allesverwoestende tsunami.
De tsunami van 26 december 2004 werd veroorzaakt door een zeebeving voor de kust van Sumatra met een kracht van 9.0 op de schaal van Richter. Langs de kusten van de Indische oceaan vielen toen ten minste 290.000 doden.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
