aardbeving

Een aardbeving zijn trillingen van de oppervlakte van de aarde als gevolg van het botsen van platen van de aardkorst. Daaronder, in de aardmantel, stroomt magma als gevolg van temperatuursverschillen. Deze convectiestromen trekken de platen mee. Op plaatsen waar deze dan op elkaar botsen of over elkaar heen schuiven ontstaan aardbevingen. De meeste aardbevingen ontstaan diep in de aarde, het hypocentrum genoemd. Loodrecht boven het hypocentrum, aan het aardoppervlak, bevindt zich het epicentrum. De kracht van een aardbeving wordt aangegeven door middel van een getal op de schaal van Richter, vaak in combinatie met de schaal van Mercalli, die een aanwijzing geeft voor de schade. De zwaarste aardbeving in Nederland was bij Roermond in 1992 met een sterkte van 5,8 op de schaal van Richter; de één na zwaarste in 1932 bij Uden met sterkte 5,0 op de schaal van Richter.

Zie ook platentektoniek en aardgas.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk volk in Midden/Zuid-Amerika stond bekend om hun astronomische kennis en piramides?


JUIST!NIET JUIST!

Maya's

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.