aardbeving

Een aardbeving zijn trillingen van de oppervlakte van de aarde als gevolg van het botsen van platen van de aardkorst. Daaronder, in de aardmantel, stroomt magma als gevolg van temperatuursverschillen. Deze convectiestromen trekken de platen mee. Op plaatsen waar deze dan op elkaar botsen of over elkaar heen schuiven ontstaan aardbevingen. De meeste aardbevingen ontstaan diep in de aarde, het hypocentrum genoemd. Loodrecht boven het hypocentrum, aan het aardoppervlak, bevindt zich het epicentrum. De kracht van een aardbeving wordt aangegeven door middel van een getal op de schaal van Richter, vaak in combinatie met de schaal van Mercalli, die een aanwijzing geeft voor de schade. De zwaarste aardbeving in Nederland was bij Roermond in 1992 met een sterkte van 5,8 op de schaal van Richter; de één na zwaarste in 1932 bij Uden met sterkte 5,0 op de schaal van Richter.

Zie ook platentektoniek en aardgas.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.