stamcel

Een stamcel is een ongespecialiseerde cel die de voorlopercel is van gespecialiseerde cellen als erytrocyten (rode bloedlichaampjes), hartspiercellen, huidcellen en zenuwcellen. Stamcellen kunnen embryonale cellen zijn, maar ook in het volwassen lichaam komen stamcellen voor, met name, maar niet alleen in het beenmerg. Men hoopt uiteindelijk met uit stamcellen opgekweekte cellen, ‘zieke’ of dode cellen te vervangen, bijvoorbeeld na een hartinfarct. Ook hoopt men een gemis aan cellen, zoals insulineproducerende cellen bij diabetes mellitus, te kunnen verhelpen. Het voordeel van cellen uit stamcellen is dat de opgekweekte cellen dezelfde genetische basis hebben als de patiënt. Op die manier zou het weefsel namelijk niet worden afgestoten door het immuunsysteem, zoals dat nu bij transplantaties nog vaak het geval is.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.