RNA

RNA is de afkorting voor ribonucleïnezuur, bestanddeel van kerneiwitten, meestal als enkele streng van nucleotiden, elk bestaande uit een geraamte van suiker, fosfaat en één van de vier organische basen adenine (A), cytosine (C), guanine (G) en uridine (U), dus zoals DNA, maar dan met uracil in plaats van thymine (T).
RNA‑moleculen kunnen zich binden aan andere nucleïnezuren die over een deel of de gehele lengte van het molecuul een complementaire nucleotidenvolgorde hebben. Op dit principe is de werking van RNA gebaseerd.
In de cel worden drie soorten RNA onderscheiden: transfer‑RNA's, waaraan specifiek één aminozuur kan worden gekoppeld; ribosomaal RNA, dat de structuur van ribosomen bepaalt; en boodschapper RNA. Dit laatste bevat de genetische informatie (boodschap) voor de aminozuurvolgorde van een eiwit. Er bestaat een apart boodschapper‑RNA voor elk eiwit. De boodschap bestaat uit een getrouwe kopie (transcript) van de nucleotidenvolgorde van het grootste deel van één van de twee strengen van het gen dat voor het betreffende eiwit codeert.

Zie ook genetische code.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke schilder werd bekend dankzij zijn schilderstijl die 'action-painting' wordt genoemd?


JUIST!NIET JUIST!

Jackson Pollock

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

klimaatverandering

Het klimaat verandert voortdurend in de loop van de geologische geschiedenis. Gedurende lange perioden in de afgelopen honderden miljoenen jaren is de aarde ijsvrij geweest, afgewisseld door perioden met veel ijs. Gedurende de laatste 10.000 jaar leven we in een betrekkelijk warme periode. Naar het oordeel van de meeste klimatologen verandert het wereldwijde klimaat nu ook door menselijk toedoen.De temperatuurtoename gedurende de afgelopen 50 jaar kan waarschijnlijk grotendeels aan de invloed van de mens worden toegeschreven. Door het broeikaseffect zou het klimaat in de loop van deze eeuw nog aanzienlijk warmer kunnen worden. Over de grootte en de regionale verdeling van deze klimaatverandering bestaat nog aanzienlijke onzekerheid, zowel door onvoldoende kennis van het klimaatsysteem als door onzekerheid over de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Ondanks deze onzekerheid heeft een groot aantal landen, op grond van het zogeheten Voorzorgsbeginsel, afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Zie ook Klimaatverdrag, Kyoto Protocol en ijstijden.
Zie ook Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 en Klimaatakkoord van Parijs 2015.