Churchill
Winston Churchill (1874-1965) Engels staatsman, minister in diverse kabinetten, aanvankelijk als liberaal, sinds 1924 als conservatief. Moderniseerde de oorlogsvloot (1911-1915), maar trad af na het mislukte Dardanellenoffensief tegen de Turken in de Eerste Wereldoorlog. Drong na 1933 aan op bewapening, tegen de Britse appeasementpolitiek in. Churchill leidde van 1940 tot 1945 het oorlogskabinet en werd het symbool van de Britse onverzettelijkheid in de Tweede Wereldoorlog. Van 1951 tot 1955 was hij weer premier en kenmerkte hij zich door zijn felle anticommunistische houding.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
