stadhouder

Tijdens het Spaanse bewind de vertegenwoordiger van de vorst (landsheer) in de Nederlanden. Had politieke en militaire bevoegdheden. Na de afzetting van Filips II bleef het ambt bestaan; de stadhouders (na 1591 twee) werden vanaf die tijd benoemd door de gewestelijke Staten.
Doordat zij het opperbevel hadden over leger (kapitein-generaal) en vloot (admiraal-generaal), evenals talrijke benoemings- en recommandatierechten en de erfelijkheid van het ambt kreeg het stadhouderschap bijna koninklijke trekjes. . Na de dood van Willem II (1650) en Willem III (1702) benoemde een aantal gewesten geen stadhouder (eerste en tweede 'stadhouderloos tijdperk'). In 1795 werd het stadhouderschap afgeschaft.
Zie ook Stadhouder Frederik Hendrik, prins Maurits, stadhouder Willem IV en stadhouder Willem V.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.