Karel de Grote

Koning, later keizer van het Frankische Rijk (768-814). Zou zijn naam geven aan de zogeheten Karolingische dynastie, die van 751 tot 987 over het Frankische Rijk heerste. Zijn regeringsperiode betekent in veel opzichten een hoogtepunt in de vroeg-middeleeuwse geschiedenis. Karels rijk omvatte een groot deel van het huidige Europa. Het christendom werd er met kracht bevorderd. Pogingen tot een meer gecentraliseerd bestuur mislukten echter. Karel werd als prototype van de christelijke vorst in kunst en literatuur vereeuwigd.
Zie ook Karolingische Renaissance en Karolingische kunst.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef de toneelstukken 'Oom Vanja' en 'Drie zusters'?


JUIST!NIET JUIST!

Anton Tsjechov

sociale zekerheid

Stelsel dat vooral na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd en dat als hoeksteen van de verzorgingsstaat wordt beschouwd. De sociale zekerheid wordt wel in vier onderdelen verdeeld: sociale verzekeringen, sociale voorzieningen, de vergelijkbare regelingen voor ambtenaren en pensioenregelingen. Sociale‑zekerheidsuitgaven vormen een zo groot bestanddeel van de publieke uitgaven dat ze een belangrijke rol spelen bij de vaststelling van de rijksbegroting.