Verlichting
Intellectuele beweging die begon in Engeland in de zeventiende eeuw (Locke) en zich verspreidde over Frankrijk (Voltaire, Diderot) en Duitsland (Lessing en Wolff), en uiteindelijk haar voltooiing vond in Kant.
De Verlichting streefde ernaar de mensen te bevrijden van hun onmondigheid. Ze wilde een einde maken aan de macht van het bijgeloof en de vooroordelen. De mens moest voortaan alleen dat als waar aannemen wat hij met zijn eigen rede als waar had ingezien. De Verlichting ging gepaard met een naïef-idealistisch vooruitgangsgeloof: zolang de mens zich alleen van zijn rede zou bedienen, zou het met zijn vrijheid, waardigheid en geluk de goede kant op gaan.
De gelijkheid voor de wet van alle mensen (voor zover ze zich door hun rede laten leiden) en tolerantie op het gebied van godsdienst en levensovertuiging zijn de politieke grondwaarden van de Verlichting.
Zie ook in het hoofdstuk Geschiedenis:1450-1815.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
