Michael Caine

Michael Caine (1933) is een Engelse acteur. Hij groeide op in een arbeidersmilieu en ging als vijftienjarige van school om te werken. Tijdens zijn militaire dienst vocht hij in Korea. Bij terugkomst probeerde hij bij het theater te komen en begon als toneelknecht. Hoe hij bij de film terecht kwam is niet duidelijk, maar vanaf zijn eerste rol in Zulu (1964) – over de strijd in 1879 tussen het Britse leger en de Zulu's in Afrika – was hij meteen bekend. Na Alfie (1966) was hij een ster. Prachtige films volgden zoals: Funeral in Berlin (1966), Battle of Britain (1969) en Get Carter (1971). Sommige films waarin Caine daarna speelde waren middelmatig, maar voor de meeste werd hij gelauwerd: The Man Who Would Be King (1975), Educating Rita (1983) en Hannah and Her Sisters (1986) waarvoor hij een Oscar won. In 1992 speelde hij de vrek Scrooge in The Muppets Christmas Carol, naar het boek van Charles Dickens. Zijn tweede Oscar kreeg hij voor The Cider House Rules (1999) naar het boek van John Irving.
Het werd Caine kwalijk genomen dat hij louter om het hoge honorarium dat hij kon vragen tussendoor ook in B films speelde. Maar dan ook weer in Children of men (2006) een onder prijzen bedolven futuristische film, spelend in 2027, als na 2009 geen mensen meer zijn geboren. Sinds 1992 is hij Sir Michael Caine.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste president van de Verenigde Staten van Amerika?


JUIST!NIET JUIST!

George Washington

poldermodel

De in Nederland gebruikelijk vorm van besluitvorming waarin, voordat belangrijke politieke beslissingen worden genomen, de meest belanghebbende partijen zoals werkgevers en werknemers met de overheid in gesprek gaan. Het woord verwijst naar de samenwerking van polderbewoners die eeuwenlang nodig was om gezamenlijk de polders voldoende droog te houden door bemaling. De besluitvorming die met 'polderen' wordt aangeduid kan grotendeels ook als corporatisme worden opgevat.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. oxidatie
  2. mektab
  3. agnosticisme
  4. cognitieve dissonantie
  5. Pallas Athene
  6. structuralisme
  7. Watergateschandaal
  8. Narcissus
  9. NSB
  10. Furiën