Jesaja

In dit bijbelboek zijn de profetieën bijeengebracht van de grote profeet Jesaja, die optrad in de achtste eeuw v.Chr. (hoofdstukken 1-39). Daarnaast die van de zogeheten 'deutero-Jesaja' (en wellicht nog een 'trito-Jesaja'), geestverwanten uit later tijd (hoofdstukken 40-66). Bekende teksten: 'Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden' (2:4), 'Het volk dat in duisternis wandelt ziet een groot licht' (9:1), 'Er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï' (11:1), 'Dan zal de wolf bij het schaap verkeren' (11:6), 'Het geknakte riet zal hij niet verbreken' (42:3), 'Als een lam werd hij ter slachting geleid, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open' (53:7). Deze laatste woorden zijn waarschijnlijk van invloed geweest op wat Jezus als zijn roeping ging zien. Zij werden in ieder geval na zijn dood door zijn volgelingen op hem van toepassing verklaard.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.