Jesaja

In dit bijbelboek zijn de profetieën bijeengebracht van de grote profeet Jesaja, die optrad in de achtste eeuw v.Chr. (hoofdstukken 1-39). Daarnaast die van de zogeheten 'deutero-Jesaja' (en wellicht nog een 'trito-Jesaja'), geestverwanten uit later tijd (hoofdstukken 40-66). Bekende teksten: 'Zij zullen hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden' (2:4), 'Het volk dat in duisternis wandelt ziet een groot licht' (9:1), 'Er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï' (11:1), 'Dan zal de wolf bij het schaap verkeren' (11:6), 'Het geknakte riet zal hij niet verbreken' (42:3), 'Als een lam werd hij ter slachting geleid, als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open' (53:7). Deze laatste woorden zijn waarschijnlijk van invloed geweest op wat Jezus als zijn roeping ging zien. Zij werden in ieder geval na zijn dood door zijn volgelingen op hem van toepassing verklaard.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.