Neanderthaler

Vroege vorm van Homo sapiens, die leefde van ongeveer 230.000 tot 28.000 jaar geleden in Europa en het Nabije Oosten. Het oorspronkelijke beeld van de Neanderthaler was weinig flatteus, maar is later in positieve zin bijgesteld. Het waren krachtige, robuuste mensen die fysiek en organisatorisch in staat bleken onder de zware condities van de ijstijd te overleven. Zij werden uiteindelijk door nog altijd onbekende oorzaak verdrongen door de moderne mens.
In 2001 werd vijftien kilometer uit de kust van Zeeland door een schelpenzuiger een stukje van een schedel opgevist. Acht jaar later werd vastgesteld dat dit botje van een Neanderthaler geweest moet zijn. De Noordzee was in de ijstijden een droog steppegebied. Het is het eerste bewijs dat er ook in dit deel van het continent Neanderthalers geleefd moeten hebben. Andere bekende vindplaatsen in Nederland liggen in het Gooi rondom Hilversum(waaronder Corversbos), Mander in Overijssel en de Belvédère-groeve bij Maastricht.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.