ijstijd

De grote ijstijd (eigenlijk: het grote glaciaal, 600.000 - 10.000 v.Chr.), bestond uit vier kleinere glacialen: De cromer-ijstijd, de elster-ijstijd, het saalien en het weichselien. In de glacialen was het kouder dan tegenwoordig, en grote delen van de continenten waren bedekt met landijs. Deze glacialen werden afgewisseld met interglacialen: warmere perioden tussen twee ijstijden.
Zie ook ijstijden in het hoofdstuk De aarde, het klimaat en het weer.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk dier zingt volgens de overlevering vlak voor het sterft?


JUIST!NIET JUIST!

zwaan

Idioom > Gezegden

over de brug komen

Over de brug komen. Na lang aarzelen er voor uitkomen wat je wilt of wat je vindt.