graad

1. Eenheid waarin de grootte van een hoek wordt uitgedrukt: een rechte hoek telt 90 graden.

2. In de algebra: de hoogste macht waarin de veranderlijke in een vergelijking voorkomt; men spreekt van tweedegraadsveelterm, derdegraadsveelterm, enzovoort.
Bij temperatuur- en intensiteitsmetingen heeft 'graad' een andere betekenis.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Door wie laten kunstenaars zich graag inspireren?


JUIST!NIET JUIST!

Muzen

parlementaire democratie

Regeringsvorm waarin de wetgevende macht ligt bij een door middel van vrije verkiezingen gekozen vertegenwoordigers van de burgerij. De uitvoerende macht ligt bij de regering die verantwoording aflegt aan dit gekozen parlement. Burgers nemen dus alleen indirect en niet rechtstreeks deel aan de besluitvorming.