goniometrie

Deel van wiskunde dat zich bezighoudt met de eigenschappen van, en de betrekkingen tussen, de goniometrische verhoudingen. Deze zijn de sinus, de cosinus en de tangens van een hoek, die op hun beurt gedefinieerd zijn als verhoudingen tussen de lengten van de drie zijden in een rechthoekige driehoek. Men past de goniometrie onder andere toe bij het landmeten, om afstanden te bepalen tussen moeilijk bereikbare plekken door middel van het meten van hoeken. Deze speciale toepassing, die gebruik maakt van netwerken van driehoeken, heet driehoeksmeting. Zij werd in de zestiende eeuw door Gemma Frisius bedacht en door Willebrord Snellius rond 1618 voor het eerst in de praktijk toegepast.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welk volk in Midden/Zuid-Amerika stond bekend om hun astronomische kennis en piramides?


JUIST!NIET JUIST!

Maya's

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.