differentiëren

Een wiskundige bewerking die erop neerkomt dat met zeer (oneindig) kleine veranderingen van een grootheid wordt gerekend. Wordt bijvoorbeeld toegepast om de raaklijn in een punt liggende op een cirkel, hyperbool of parabool (of nog andere figuren) te bepalen of de snelheid van een bewegend lichaam in diens baan te berekenen. Het resultaat van een differentiatie wordt afgeleide genoemd. De min of meer omgekeerde bewerking van differentiëren heet integreren. Beide begrippen, in de tweede helft van de zeventiende eeuw door Newton en Leibniz ingevoerd, brachten een revolutie in de wiskunde teweeg.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke acteur speelde de hoofdrol in een serie films rondom Jason Bourne?


JUIST!NIET JUIST!

Matt Damon

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.