differentiëren
Een wiskundige bewerking die erop neerkomt dat met zeer (oneindig) kleine veranderingen van een grootheid wordt gerekend. Wordt bijvoorbeeld toegepast om de raaklijn in een punt liggende op een cirkel, hyperbool of parabool (of nog andere figuren) te bepalen of de snelheid van een bewegend lichaam in diens baan te berekenen. Het resultaat van een differentiatie wordt afgeleide genoemd. De min of meer omgekeerde bewerking van differentiëren heet integreren. Beide begrippen, in de tweede helft van de zeventiende eeuw door Newton en Leibniz ingevoerd, brachten een revolutie in de wiskunde teweeg.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
