zout

De productie van zout hoort tot een van de oudste vaardigheden van de mensheid. De behoefte aan extra zout ontstond toen de mens het land ging bewerken en zich op vaste woonplaatsen ging vestigen. Daarvóór werd voornamelijk rauw vlees gegeten, dat van zichzelf voldoende zout bevat. Zout werd daarna in toenemende mate gebruikt om voedsel te conserveren, zodat het ook tijdens de winterperiode langer houdbaar bleef. Het was niet zo gemakkelijk te krijgen en was dus kostbaar. Men moest er zuinig mee zijn en met zout knoeien zou dan ook ongeluk brengen. Tegenwoordig haalt men bij het morsen van zout de schouders op en zegt: 'Ach wat zou't', maar vroeger was dat een doodzonde. Men gooide onmiddellijk zout over de linkerschouder, de kant waarlangs de duivel mee zou gluren.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1654 het treurspel Lucifer?


JUIST!NIET JUIST!

Vondel

Geografie en demografie > bewerking en bebouwing

Vinex-wijk

Vinex-wijk is een afkorting van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, een nota ruimtelijke ordening over grootschalige nieuwbouwprojecten van het Nederlandse ministerie van VROM uit 1991. De bedoeling was wijken te bouwen, weliswaar in de buurt van steden, maar met een eigen combinatie van wonen, werken, winkels enzovoort. Geleidelijk heeft Vinex-wijk een andere betekenis gekregen dan wat er oorspronkelijk in de nota stond. Tegenwoordig wordt het geassocieerd met een nieuwbouwwijk aan de rand van een grote(re) stad en veelal met de bijbetekenis van een saaie woonwijk waarin alle straten en huizen op elkaar lijken en men voor werk en voorzieningen naar de stad trekt.