zout

De productie van zout hoort tot een van de oudste vaardigheden van de mensheid. De behoefte aan extra zout ontstond toen de mens het land ging bewerken en zich op vaste woonplaatsen ging vestigen. Daarvóór werd voornamelijk rauw vlees gegeten, dat van zichzelf voldoende zout bevat. Zout werd daarna in toenemende mate gebruikt om voedsel te conserveren, zodat het ook tijdens de winterperiode langer houdbaar bleef. Het was niet zo gemakkelijk te krijgen en was dus kostbaar. Men moest er zuinig mee zijn en met zout knoeien zou dan ook ongeluk brengen. Tegenwoordig haalt men bij het morsen van zout de schouders op en zegt: 'Ach wat zou't', maar vroeger was dat een doodzonde. Men gooide onmiddellijk zout over de linkerschouder, de kant waarlangs de duivel mee zou gluren.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de schrijver van het boek 'Utopia'?


JUIST!NIET JUIST!

Thomas More

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

afweersysteem

Het afweersysteem (synoniem: immuunsysteem) is een verdedigingssysteem van een organisme dat het lichaam beschermt tegen zowel externe (m.n. micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels) als interne ziekteverwekkers (m.n. kankercellen).