zout

De productie van zout hoort tot een van de oudste vaardigheden van de mensheid. De behoefte aan extra zout ontstond toen de mens het land ging bewerken en zich op vaste woonplaatsen ging vestigen. Daarvóór werd voornamelijk rauw vlees gegeten, dat van zichzelf voldoende zout bevat. Zout werd daarna in toenemende mate gebruikt om voedsel te conserveren, zodat het ook tijdens de winterperiode langer houdbaar bleef. Het was niet zo gemakkelijk te krijgen en was dus kostbaar. Men moest er zuinig mee zijn en met zout knoeien zou dan ook ongeluk brengen. Tegenwoordig haalt men bij het morsen van zout de schouders op en zegt: 'Ach wat zou't', maar vroeger was dat een doodzonde. Men gooide onmiddellijk zout over de linkerschouder, de kant waarlangs de duivel mee zou gluren.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

ethiek

Zedenleer, moraalfilosofie. Het praktische deel van de filosofie dat zich bezighoudt met de bestudering van de zeden en probeert vast te stellen wat goed is en wat slecht. De ethiek kan beschrijvend zijn of normatief en in dat laatste geval stelt ze normen, voorschriften en wetten op. De normatieve ethiek probeert dus vragen te beantwoorden als: 'Wat is goed?' 'Hoe moeten we handelen?' 'Waarom moeten we zo handelen?'