zout

De productie van zout hoort tot een van de oudste vaardigheden van de mensheid. De behoefte aan extra zout ontstond toen de mens het land ging bewerken en zich op vaste woonplaatsen ging vestigen. Daarvóór werd voornamelijk rauw vlees gegeten, dat van zichzelf voldoende zout bevat. Zout werd daarna in toenemende mate gebruikt om voedsel te conserveren, zodat het ook tijdens de winterperiode langer houdbaar bleef. Het was niet zo gemakkelijk te krijgen en was dus kostbaar. Men moest er zuinig mee zijn en met zout knoeien zou dan ook ongeluk brengen. Tegenwoordig haalt men bij het morsen van zout de schouders op en zegt: ‘Ach wat zou’t’, maar vroeger was dat een doodzonde. Men gooide onmiddellijk zout over de linkerschouder, de kant waarlangs de duivel mee zou gluren.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef deze dichtregel: 'Dag ventje met de vis op de vaas met de bloem ploemploem'?


JUIST!NIET JUIST!

Paul van Ostaijen

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

zonne-energie

Energie die de aarde van de zon ontvangt door de van de zon afkomstige straling. Deze energie is de oorzaak van alle processen in het klimaatsysteem, alle beweging in de dampkring en de oceanen en daarmee ook van weer en klimaat. Is de bron van alle leven op aarde. Onder zonne-energie wordt tegenwoordig meestal de duurzame warmte of elektriciteit voor menselijk gebruik verstaan, geproduceerd uit de energie van de zon. Gebruik van zonne-energie levert een bijdrage aan de bestrijding van het broeikaseffect.
Zie ook
atmosferische circulatie.