postmodern theater

Voorstellingen die bewust afstand nemen van traditionele vormen en verteltechnieken. Postmoderne theatermakers kiezen heterogene elementen en combineren die tot nieuwe, fragmentarische betekenissen, onder andere door gebruik van multimedia. Sleutelbegrippen: pluralisme, paradox, eclecticisme. Internationale voorbeelden onder andere: de Wooster Group en Jan Fabre; in Nederland: de montagevoorstellingen van Gerardjan Rijnders, en de multimediavoorstellingen van Guy Cassiers en Carina Molier.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.