Haagsche Comedie

Toneelgezelschap met de Koninklijke Schouwburg in Den Haag als basis, in 1947 opgericht door acteurs/regisseurs Paul Steenbergen en Cees Laseur (1899‑1960). In 1987 werd het gezelschap opgevolgd door Het Nationale Toneel. Het gezelschap werd beroemd door de zogenaamde Haagse stijl, een op de taal gerichte, elegante en licht ironische manier van spelen. Naast blijspelen werd ook het ‘grote repertoire’ gespeeld, onder andere Shakespeare, Tsjechov, Ibsen, en Giraudoux. De Haagsche Comedie had een trouw publiek dat mede kwam voor de vele uitstekende acteurs, zoals Elisabeth Andersen, (1920), Anne‑Wil Blankers, Marjon Brandsma (1943), Guido de Moor (ook leider van het gezelschap), Myra Ward (1916‑1990) en Ida Wasserman (1901‑1977).

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie regisseerde(n) de film Pulp Fiction (1994)?


JUIST!NIET JUIST!

Quentin Tarantino

tapijt van Bayeux

In de tweede helft van de elfde eeuw (na de slag bij Hastings,1066) geborduurd wandkleed (ten onrechte tapijt genoemd) van 70 meter lang en 50 cm hoog. Het beeldt de voorbereiding uit voor de overtocht naar en de verovering van Engeland door hertog Willem van Normandië. Op het wandkleed zien we hoe de Engelse graaf Harold een eed van trouw zweert aan hertog Willem, die echter zelf zijn zinnen op Engeland gezet had.
Harold liet zich niettemin tot koning kronen. Dus verbrak hij zijn eed. Overduidelijk wordt op het kleed getoond hoe deze eedbreuk door God gestraft wordt: Harold wordt bij Hastings door Willem verslagen en sneuvelt.
Over het ontstaan van het kleed is weinig bekend, vroeger dacht men dat Willems echtgenote, Mathilda, de opdrachtgeefster was; tegenwoordig ziet men Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van hertog Willem, als de degene die het initiatief nam, overigens zonder harde bewijzen. Het borduurwerk is zeer levendig en geeft bovendien allerlei interessante details over het leven van de elfde- eeuwse krijgers (ridders). (PL)