absurdisme

Stroming in het theater, na de Tweede Wereldoorlog ontstaan in Parijs die onder invloed van het existentialisme, de menselijke communicatie als iets onzinnigs beschouwt en de condition humaine als absurd en doelloos ziet. De term is afkomstig van Camus. Het absurdisme is een relatief kortdurende stroming geweest met zijn hoogtepunt in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Desondanks heeft het een onuitwisbare stempel gedrukt op de ontwikkeling van het theater sindsdien. Belangrijkste toneelschrijvers Eugène Ionesco, Arthur Adamov en Samuel Beckett. Bekendste toneelstuk: Wachten op Godot (1952) van Beckett. Terugkerend kenmerk: personages zijn alleen (zonder God) en op zichzelf aangewezen, wat leidt tot taal als barrière in plaats van communicatiemiddel.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.