oedipale fase
Periode in de kleuterjaren waarin kinderen gaan beseffen dat ze hun moeder niet volledig voor zichzelf kunnen houden, maar dat ze haar met hun vader moeten delen. Een centraal conflict in de psychoanalytische ontwikkelingsleer, door Freud genoemd naar koning Oedipus. Het jongetje gaat zijn vader imiteren om in de gunst van zijn moeder te blijven. Jegens zijn vader ontstaat een ambivalente houding: hij moet weg, maar moet ook blijven; hij wordt bestreden, maar ook gevreesd (castratieangst ). Meisjes gaan hun moeder imiteren om hun vader te behagen: 'Als ik groot ben ga ik met papa trouwen'. Wanneer dit conflict in deze fase niet wordt opgelost, zou een oedipuscomplex kunnen ontstaan.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
