discriminatie
Het verschillend behandelen, door een staat, organisatie of werkgever, van mensen van bepaalde sekse, etnische groep (ras), leeftijd, religie, seksuele geaardheid, lichamelijke handicaps, etc. Kortom van al die eigenschappen die iemand in principe niet minder geschikt maken door een functie, opleiding, lidmaatschap, uitkering, etc. dan een ander.
Mensen verschillend behandelen naar begaafdheid valt niet onder discriminatie wanneer voor een functie, opleiding of lidmaatschap een bepaald niveau van begaafdheid minimaal noodzakelijk is.
Het woord wordt meestal gebruikt als bepaalde mensen nadelig worden behandeld, en niet als aan bepaalde mensen gunsten worden verleend, tenzij dat automatisch inhoudt dat die gunsten aan anderen, van een andere sekse, ethische groep, etc. worden onthouden. In dat geval spreekt men van positieve discriminatie.
Zie ook vooroordeel.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
