Boeddha
(Sanskriet: de ontwaakte, verlichte) Titel waarmee de Indiase vorstenzoon Siddharta Gautama (circa 566-486 v.Chr.) als stichter van het Boeddhisme geldt. Voor zijn leven bestaan echter geen historische bewijzen.
Op zoek naar de bevrijding uit de onvoorspelbaarheid en het lijden van het bestaan, verliet de oorspronkelijk als hindoe opgegroeide Gautama het paleis van zijn vader ('het grote verzaken') en vond zijn heil, niet in yoga of in strenge ascese (beheersing van begeerten), maar in meditatie.
In zijn 'verlichting' (Sanskriet: bodhi), vond hij de 'vier waarheden'. De waarheid van het lijden, de oorsprong en de overwinning ervan en het achtvoudig pad tot de opheffing ervan. Daarna verzamelde Boeddha een gemeenschap van leerlingen, met name monniken, voor de beoefening en de verkondiging van de door hem gevonden heilsweg. Die gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van de mens, zonder geloof in een persoonlijke, goddelijke schepper.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
