Boeddha

(Sanskriet: de ontwaakte, verlichte) Titel waarmee de Indiase vorstenzoon Siddharta Gautama (circa 566-486 v.Chr.) als stichter van het Boeddhisme geldt. Voor zijn leven bestaan echter geen historische bewijzen.
Op zoek naar de bevrijding uit de onvoorspelbaarheid en het lijden van het bestaan, verliet de oorspronkelijk als hindoe opgegroeide Gautama het paleis van zijn vader ('het grote verzaken') en vond zijn heil, niet in yoga of in strenge ascese (beheersing van begeerten), maar in meditatie.
In zijn 'verlichting' (Sanskriet: bodhi), vond hij de 'vier waarheden'. De waarheid van het lijden, de oorsprong en de overwinning ervan en het achtvoudig pad tot de opheffing ervan. Daarna verzamelde Boeddha een gemeenschap van leerlingen, met name monniken, voor de beoefening en de verkondiging van de door hem gevonden heilsweg. Die gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid van de mens, zonder geloof in een persoonlijke, goddelijke schepper.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

ethiek

Zedenleer, moraalfilosofie. Het praktische deel van de filosofie dat zich bezighoudt met de bestudering van de zeden en probeert vast te stellen wat goed is en wat slecht. De ethiek kan beschrijvend zijn of normatief en in dat laatste geval stelt ze normen, voorschriften en wetten op. De normatieve ethiek probeert dus vragen te beantwoorden als: 'Wat is goed?' 'Hoe moeten we handelen?' 'Waarom moeten we zo handelen?'