röntgenstraling
Vorm van elektromagnetische straling met een frequentie hoger dan die van ultraviolette straling, genoemd naar de ontdekker, de Duitse fysicus Wilhelm C. Röntgen (1845-1923). Röntgenstraling heeft een groot doordringend vermogen en maakt fotografische film zwart; deze straling vindt daardoor een ruime toepassing in de geneeskunde en techniek. Naarmate de atomen in een materiaal zwaarder zijn, is de doorlaatbaarheid van dat materiaal voor röntgenstraling geringer. Daardoor ontstaat contrast in de röntgenfoto dat het mogelijk maakt om bijvoorbeeld botten van zacht weefsel te onderscheiden.
Zie ook luminescentie en röntgenstraling in het hoofdstuk Levenswetenschappen.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
