röntgenstraling

Vorm van elektromagnetische straling met een frequentie hoger dan die van ultraviolette straling, genoemd naar de ontdekker, de Duitse fysicus Wilhelm C. Röntgen (1845-1923). Röntgenstraling heeft een groot doordringend vermogen en maakt fotografische film zwart; deze straling vindt daardoor een ruime toepassing in de geneeskunde en techniek. Naarmate de atomen in een materiaal zwaarder zijn, is de doorlaatbaarheid van dat materiaal voor röntgenstraling geringer. Daardoor ontstaat contrast in de röntgenfoto dat het mogelijk maakt om bijvoorbeeld botten van zacht weefsel te onderscheiden.
Zie ook luminescentie en röntgenstraling in het hoofdstuk Levenswetenschappen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.