heelal

Het heelal (synoniem: universum) is het geheel van ruimte en tijd, inclusief alle daarin aanwezige materie en energie. Waarschijnlijk is het heelal eindig doch onbegrensd (zoals het oppervlak van een bol). Verre sterrenstelsels verwijderen zich van de aarde in alle richtingen met snelheden evenredig aan hun afstand. Daaruit concludeerde de Amerikaanse astronoom Edwin Powell Hubble (1889-1953) rond 1930 dat het heelal uitdijt en aanvankelijke min of meer in één punt moet zijn samengetrokken geweest. De uitdijing verraadt zich door de zogeheten roodverschuiving, en heeft onder andere tot gevolg dat wij zeer ver weg gelegen objecten in een zeer vroeg stadium van hun ontwikkeling waarnemen. Het ontstaan van het heelal, dat 13,7 miljard jaar geleden met de oerknal lijkt te zijn begonnen, is nog een groot raadsel.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.