energie

Grootheid die tot uitdrukking brengt in hoeverre een systeem arbeid kan verrichten of warmte kan produceren. In mechanische systemen onderscheidt men kinetische energie, die het gevolg is van een beweging, en potentiële energie, die het gevolg is van de plaats ten opzichte van een uitwendige kracht. In een batterij is de energie chemisch opgeslagen en in een kernreactie komt energie vrij door verlies van massa (zie ook Einstein).
De wet van behoud van energie, die stelt dat de energie van een afgesloten systeem constant blijft, is een basisprincipe van de natuurkunde (zie ook thermodynamica). Energie kan wel van aard veranderen: in een waterkrachtcentrale wordt de potentiële energie van het water in het stuwmeer omgezet in elektrische energie. De energie van een schommel bestaat bij de keerpunten uit potentiële energie die in de verticale stand geheel in kinetische energie is omgezet en omgekeerd. Bijna altijd gaan dit soort energievormen uiteindelijk over in warmte, bijvoorbeeld door wrijving. Maar ook de elektrische energie die thuis door een gloeilamp, een computer of een TV wordt gebruikt, gaat helemaal over in warmte.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef de toneelstukken 'Oom Vanja' en 'Drie zusters'?


JUIST!NIET JUIST!

Anton Tsjechov

sociale zekerheid

Stelsel dat vooral na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd en dat als hoeksteen van de verzorgingsstaat wordt beschouwd. De sociale zekerheid wordt wel in vier onderdelen verdeeld: sociale verzekeringen, sociale voorzieningen, de vergelijkbare regelingen voor ambtenaren en pensioenregelingen. Sociale‑zekerheidsuitgaven vormen een zo groot bestanddeel van de publieke uitgaven dat ze een belangrijke rol spelen bij de vaststelling van de rijksbegroting.