energie

Grootheid die tot uitdrukking brengt in hoeverre een systeem arbeid kan verrichten of warmte kan produceren. In mechanische systemen onderscheidt men kinetische energie, die het gevolg is van een beweging, en potentiële energie, die het gevolg is van de plaats ten opzichte van een uitwendige kracht. In een batterij is de energie chemisch opgeslagen en in een kernreactie komt energie vrij door verlies van massa (zie ook Einstein).
De wet van behoud van energie, die stelt dat de energie van een afgesloten systeem constant blijft, is een basisprincipe van de natuurkunde (zie ook thermodynamica). Energie kan wel van aard veranderen: in een waterkrachtcentrale wordt de potentiële energie van het water in het stuwmeer omgezet in elektrische energie. De energie van een schommel bestaat bij de keerpunten uit potentiële energie die in de verticale stand geheel in kinetische energie is omgezet en omgekeerd. Bijna altijd gaan dit soort energievormen uiteindelijk over in warmte, bijvoorbeeld door wrijving. Maar ook de elektrische energie die thuis door een gloeilamp, een computer of een TV wordt gebruikt, gaat helemaal over in warmte.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.