Apollo

In de Griekse mythologie de zoon van Zeus en Leto. Uit angst voor de wraak van Hera, de vrouw van Zeus, vluchtte de zwangere Leto naar Delos. Hier baarde zij de tweeling Apollo en Artemis.
Apollo was een knappe god, lang en fraai gebouwd en hij had vele liefdesavonturen met nimfen en sterfelijke vrouwen. Hij was onder andere de god van de geneeskunst en de waarzeggerij. Zijn orakel bij Delphi werd wereldberoemd. Apollo was ook een vaardige oorlogsgod die met zijn pijlen over grote afstand veel mensen doodde. Hij symboliseerde de triomf van het daglicht over de duisternis en de overwinning van alle goede krachten, van de positieve invloed van het licht en de zon. Ook was Apollo de god van de schone kunsten, muziek en dichtkunst; hij leidde het koor van de Muzen, dochters van Zeus en Mnemosyne. Zijn attributen waren een pijl en een boog, omdat hij als zonnegod met zijn pijlen verderf kon zaaien. Ook wordt hij als god van de muziek afgebeeld met een lauwerkrans en een citer die hij bespeelde met een plectrum.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.