schimmel
Een schimmel is een plantachtig heterotroof organisme zonder bladgroen, dat meestal leeft van dood organisch materiaal. Dit wordt tot zijn samenstellende chemische elementen afgebroken. Daarmee sluiten ze de kringloop in een ecosysteem. Vrijwel alle planten zijn voor het opnemen van mineralen en water afhankelijk van de verbinding van hun wortels met een schimmel (mycorrhiza). Schimmels bestaan uit een zwamvlok van draden. Deze zwamdraden planten zich voort door middel van sporen. Gisten en paddestoelen behoren ook tot de schimmels. Parasitaire schimmels absorberen voedingsstoffen uit levende gastheren. Schimmels kunnen ook een infectie veroorzaken. Men maakt onderscheid tussen oppervlakkige en diepe schimmelinfecties (mycose). De oppervlakkige zijn beperkt tot de huid (bijvoorbeeld zwemmerseczeem), de diepe komen met name in de longen voor.
Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?
egocentrisme en egoïsme
Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.
