embryo

Ongeboren vrucht. Benaming voor een zich ontwikkelend plantaardig of dierlijk organisme tijdens de eerste delingen van de eicel na bevruchting. Bij de mens en andere zoogdieren splitst het celklompje zich al snel (differentiatie) in drie verschillende basisweefsels, de kiembladen. Daaruit ontwikkelt zich daarna een aantal specifieke weefsels en organen. Bij de mens vindt deze ontwikkeling plaats in de periode van de vierde tot en met de twaalfde week, die wel embryonale periode wordt genoemd. Een embryo van ongeveer drie maanden heeft een lengte van negen centimeter. Hierna vindt in de foetale periode een verdere uitrijping plaats en spreekt men van foetus.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.