embryo

Ongeboren vrucht. Benaming voor een zich ontwikkelend plantaardig of dierlijk organisme tijdens de eerste delingen van de eicel na bevruchting. Bij de mens en andere zoogdieren splitst het celklompje zich al snel (differentiatie) in drie verschillende basisweefsels, de kiembladen. Daaruit ontwikkelt zich daarna een aantal specifieke weefsels en organen. Bij de mens vindt deze ontwikkeling plaats in de periode van de vierde tot en met de twaalfde week, die wel embryonale periode wordt genoemd. Een embryo van ongeveer drie maanden heeft een lengte van negen centimeter. Hierna vindt in de foetale periode een verdere uitrijping plaats en spreekt men van foetus.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.