embryo

Ongeboren vrucht. Benaming voor een zich ontwikkelend plantaardig of dierlijk organisme tijdens de eerste delingen van de eicel na bevruchting. Bij de mens en andere zoogdieren splitst het celklompje zich al snel (differentiatie) in drie verschillende basisweefsels, de kiembladen. Daaruit ontwikkelt zich daarna een aantal specifieke weefsels en organen. Bij de mens vindt deze ontwikkeling plaats in de periode van de vierde tot en met de twaalfde week, die wel embryonale periode wordt genoemd. Een embryo van ongeveer drie maanden heeft een lengte van negen centimeter. Hierna vindt in de foetale periode een verdere uitrijping plaats en spreekt men van foetus.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de uitvinder van de gloeilamp?


JUIST!NIET JUIST!

Thomas Edison

assimilatie

Zodanige aanpassing van individuen of groepen aan een dominante cultuur dat de oorspronkelijke culturele identiteit op de achtergrond raakt.