maat

In een muziekstuk de regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde noten van allerlei tijdsduur. Ze bepalen de ritmische structuur. Elke maat duurt een bepaald aantal tellen, die worden verdeeld over de noten in de maat. Zo ontstaan maatsoorten. Die wordt aan het begin van het stuk aangegeven door twee getallen boven elkaar. Het bovenste geeft het aantal tellen binnen de maat aan, het onderste hoelang elke tel duurt. De noot waarop de klemtoon ligt duurt altijd langer dan de onbeklemtoonde. Enkelvoudige maten hebben maar één noot met een klemtoon. Samengestelde maten twee of meer. In het muziekschrift worden maten aangegeven met verticale maatstrepen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste Nederlandse vrouw die arts werd en aan de universiteit promoveerde?


JUIST!NIET JUIST!

Aletta Jacobs

egocentrisme en egoïsme

Twee persoonlijkheidseigenschappen die door anderen als onplezierig en onaangenaam worden ervaren.
Bij egocentrisme is het alsof de persoon zich niet wil en kan verplaatsen in de gedachten, gevoelens en belangstellingen van de ander. Alles wat gebeurt wordt uitsluitend gezien vanuit het ik, waarbij de eigen belangstellingen en belangen de waarneming beheersen en de communicatie met anderen eenzijdig kleuren.
Bij egoïsme wil de persoon zichzelf telkens bevoordelen, ook als dat ten koste van anderen gaat. De egoïst denkt zo min mogelijk aan de belangen en behoeften van anderen, ook als hij of zij dat wel kan. De egoïst haalt naar zich toe en geeft niet om of aan de ander.
Egocentrisme is een eigenschap van het waarnemen en denken, egoïsme van het handelen.